Een kleine ketel voelde zich erg verwant aan
de pot,
De pot echter, voelde zich nogal rot.
En zwolg in haar
zelfopgelegde grootse ellende,
En riep tegen de ketel dat zij dat niet
erkende.
Mijn verdriet is veel groter dan het jouwe!
Jij weet niet
wat ik allemaal moet verstouwen.
Niemand begrijpt hoe ik me voel,
En
jij bent nog te jong om te begrijpen wat ik bedoel
Het keteltje wou
alleen maar vriendelijk zijn,
En maakte geen onderscheid in andermans pijn.
Ze herkende zoveel van haarzelf in de pot,
En voelde zich bijna net
zo rot.
De pot vond dat het keteltje zich naar haar regels moest
gedragen,
Maar bij het keteltje ontstonden steeds meer vragen
Hoe
kon de pot zoveel begrip van een ander eisen?
en tegelijkertijd de
oprechte liefde van het keteltje afwijzen?
Om begrip, steun en liefde te
ontvangen moet je deze toch eerst ook geven?
Waarom is het verdriet van de
pot boven dat van een ander verheven?
Het keteltje zei dan ook: Lieve
Pot, ik begrijp iets niet,
Waarom verwijt je mij al deze dingen, terwijl jij
zelf net zo zwart ziet?
(uit de oude doos, maar nog altijd erg mooi en toepasselijk)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten